In de lettergreep van Venlo l Column door Sef Derkx

Sef Derkx noemt zichzelf weleens een Hartstochtelijk Venlonaar. Al ruim een kwart eeuw schrijft hij wekelijks over de lokale actualiteit en geschiedenis. Een van zijn speciale interesses is de relatie tussen Venlo en de literatuur. Hij is in de Lettergreep Van Venlo. Laat dit nu ook de titel zijn van de column die hij gaat schrijven voor de Bibliotheek Venlo. We starten aan de Maas in Belfeld.

Dodo uit Belfeld

We kijken uit over de Maas bij Belfeld. De rivier stroomt traag naar de zee. In een bed dat in een onmetelijke tijd in de aarde werd gesleten. Bij deze plek stond ooit het bekende café Maaszicht van de familie Stevens. Met zoon Fons hadden we eind jaren zestig vriendschap gesloten. Hij gaf Dodo uit, een literair blad met anarchistische inslag. Dodo werd gedrukt met de stencilmachine van Stevens senior, die een reclamebureau had. Fons leek als twee druppels water op Boudewijn de Groot, de populairste Nederlandstalige zanger destijds. Meisjes vielen voor hem. De burgerij van het dorp keek met argusogen naar ‘de eerste provo van Belfeld’. De dodo is een uitgestorven loopvogel. De bladtitel was echter een verwijzing naar Dada. Een stroming die ruim een eeuw geleden de kunstwereld op zijn grondvesten deed schudden. Klassiek voor Dada is het urinoir dat door Marcel Duchamp als beeldhouwwerk in een tentoonstellingsruimte werd geplaatst. Het gebeurde in 1917 en de ontsteltenis in kringen van kunstkenners was groot. De filosofie van Duchamp was de volgende. Iets wat er al is, wordt iets anders door het in een andere context te laten zetten. Een dergelijk kunstwerk, in dit geval dus het urinoir, werd een readymade genoemd. Goed voorbeeld doet goed volgen. De readymade zou gemeengoed worden.

Terug naar Belfeld eind jaren zestig. Dodo was geïnspireerd door het tijdschrift Barbarber. Opgericht in 1958 en ter ziele gegaan in 1972. Barbarber was een reactie op de gezwollen en soms gekunstelde poëzie van de Vijftigers. Een tekstvorm die alle ruimte kreeg, was de readymade. Een gevonden alledaagse tekst, zoals de bijsluiter bij een medicijn of een boodschappenlijstje. Voorbeelden hiervan vinden we ook te over in Dodo. In een van de nummers neemt Fons Stevens de tekst op, die hij had aangetroffen op een busje Buisman: Met Buisman GS wordt uw koffie voller en pittiger van smaak. Buisman GS vult namelijk op natuurlijke wijze de bij het branden verloren gegane vruchtensuikers aan. De volgende readymade is ook mooi: In de bestuursvergadering van 9 april j.l. is besloten meisjes tot de harmonie toe laten, met de mogelijkheid later tot het korps toe te treden, indien de dirigent dit laatste althans adviseert. Het was in de ogen van Stevens eveneens interessant om de bestellijst van een van de bakkers van Belfeld als gedicht te publiceren. Naast poëzie werden in Dodo ook tekeningen geplaatst.

Hoeveel verschillende edities van Dodo zijn verschenen, is onbekend. Ook naar de oplage is het gissen. Het literair tijdschrift was niet te koop. Het werd gratis verspreid onder intimi. Stevens junior betaalde het papier, de stencils en de inkt. Dodo is een voetnoot in de Limburgse literatuurgeschiedenis. Maar een interessante en belangrijke, omdat het blad illustratief is voor de jaren zestig. Die periode wordt gekenmerkt door grote veranderingen op veel terreinen. Met Dodo bereikte de revolutionaire tijdgeest zelfs Belfeld. De weinige exemplaren van het tijdschrift die de tijd hebben overleefd, worden gekoesterd door verzamelaars.


Fons Stevens

Dodo 2